Veelgestelde vragen Wijkverpleging

 

We hebben besloten af te zien van het gaan werken met een nieuwe prestatiecode voor indicatiestelling voor naturazorg.

Eno is van mening dat in een regio slechts één zorgaanbieder de regiefunctie zou moeten willen uitvoeren om te grote versnippering van de benodigde specialistische kennis te voorkomen. Daarnaast dient de zorgaanbieder voldoende groot te zijn om de specialistische kennis te kunnen borgen. De zorgaanbieder dient te kunnen voldoen aan de inhoudelijke eisen in de Beleidsregel regiefunctie complexe wondzorg. Tot slot dient de zorgaanbieder over een overeenkomst voor wijkverpleegkundige zorg 2021 te beschikken. Een aanvraag hiervoor kunt u mailen naar contractbeheer@eno.nl o.v.v. uw AGB-code.

Wij horen weleens van wondverpleegkundigen dat er in de praktijk andere verbandmiddelen worden gebruikt dan is geadviseerd door de consulent, omdat de geadviseerde verbandmiddelen niet door de zorgverzekeraar worden vergoed. Hier kunnen we echter geen extra afspraken over maken. Welke verbandmiddelen worden vergoed, is aan de individuele verzekeraars.

Ook in 2021 moeten de direct cliëntgebonden activiteiten van casemanagers dementie in de wijkverpleging als reguliere prestatie gedeclareerd worden. Wij zijn van mening dat de direct cliëntgebonden activiteiten van een casemanager onderdeel uitmaken van het wijkverpleegkundig handelen en daarmee onderdeel zijn van de integrale prestatie. Zij worden in het integrale tarief verwerkt. Alleen die partijen die zijn aangesloten bij een regionaal georganiseerde dementieketen komen voor deze afspraak in aanmerking.

De voorwaarden waaronder wij nieuwe zorgaanbieders wijkverpleging contracteren vindt u onder het kopje Contractinformatie. De gevraagde documenten kunt u mailen naar contractbeheer@eno.nl onder vermelding van uw AGB-code.

In 2019 kon farmaceutische telezorg worden gedeclareerd tegen het tarief persoonlijke verzorging. Vanaf 2020 kan dit worden gedeclareerd tegen het met de zorgaanbieder overeengekomen integrale tarief dat per definitie een stuk hoger ligt. Om die reden is het aantal uren dat kan worden gebruikt naar 2 uur (per geïncludeerde cliënt per maand) teruggebracht.

Ja, bij medische kindzorg (voorheen IKZ) is het vanzelfsprekend een eis dat de kinderarts verwijst en een hbo-kinderverpleegkundige daarna de indicatie stelt.

De bestaande overeenkomsten voor zzp’ers honoreren wij in 2021, maar we gaan geen nieuwe contracten aan met individuele zzp’ers. Hen verwijzen we naar het Platform Verbinden met Zorg.

De afspraken over het meten van PREM, kwetsbaarheid en ongeplande ziekenhuisbezoeken (bedoeld wordt overigens: SEH-bezoeken) zijn gemaakt in de Stuurgroep Kwaliteitsindicatoren Wijkverpleging waarin de branchepartijen Actiz en ZorgThuisNL als ook de beroepsvereniging V&VN hebben geparticipeerd. We verwijzen u daarom terug naar branche- en beroepsverenigingen die u over deze thema’s moeten informeren.

Ja. Om een overeenkomst te sluiten met Eno moet uw organisatie een hbo-opgeleide verpleegkundige in loondienst hebben. En dit moet ook zichtbaar zijn binnen de administratie van Vektis. De hbo-opgeleide verpleegkundige is niet alleen voor de indicatiestelling, maar ook voor de coördinatie, bewaking van de kwaliteit en evaluatie van de zorg. Daarnaast moet de hbo-verpleegkundige ook overleggen met een huisarts/ medisch specialist en, als dit aan de orde is, ook deelnemen namens de organisatie aan het sociaal wijkteam.

Ja, Eno volgt de nadere duiding van het Zorginstituut. De wijkverpleegkundige stelt de indicatie vanuit zijn/haar professionele autonomie, kennis en kunde. Het aantal uren zorg dat de wijkverpleegkundige indiceert, dient goed onderbouwd te zijn in het zorgplan conform het normen- en begrippenkader indicatiestelling van de V&VN. De wijkverpleegkundige herkent binnen de wijkverpleegkundige zorg het onderscheid tussen palliatieve fase en palliatieve terminale fase, zoals vastgelegd in het Kwaliteitskader Palliatieve zorg. Doordat het volume (dus het aantal uren wijkverpleging) afhangt van de situatie van de cliënt conform bovengenoemde richtlijnen, is er vooraf niet een maximum aantal uren vergoeding vast te stellen. Wel zien wij al jarenlang in onze data dat er in de palliatieve terminale fase over een periode van drie maanden gemiddeld nooit meer dan 12,6 uur zorg per etmaal nodig is. De terminaal verklaring van de huisarts vinden wij nooit een legitimatie om standaard de door ons aangehaalde 12,6 uur zorg te indiceren/declareren.

We hanteren voor het inleveren van een dergelijke businesscase geen deadline. Een dergelijke case kan ook lopende het jaar 2021 worden ingeleverd. Een eventuele afspraak kan pas na goedkeuring van de businesscase worden geëffectueerd. We maken geen afspraken die met terugwerkende kracht ingaan.

Ja, de (inhoudelijk-organisatorische) voorwaarden die de preferente verzekeraar met de dementieketen in haar regio’s heeft afgesproken zijn leidend.

Nee. Zorgaanbieders vragen regelmatig of de indicatiestelling (ook) door niveau 4 mag worden gedaan. In dat kader wordt verwezen naar de overgangsregeling zoals deze in 2015 gold met de claim dat deze regeling nu ook nog van kracht is. De overgangsregeling gold echter alleen voor de overgangsperiode in 2015/16 waarin alle zittende cliënten geherindiceerd moesten worden én onder voorbehoud van een schriftelijke afspraak hierover met de betrokken zorgverzekeraar(s). De inkoop- en polisvoorwaarden van Eno zijn daar nu expliciet over: de indicatiestelling voor de wijkverpleging dient gedaan te worden door een verpleegkundige op hbo-niveau.

Nee. De prestatie thuiszorgtechnologie wordt niet standaard in de overeenkomsten en tariefbijlagen opgenomen. Voor de contractvoorwaarden waar de thuiszorgtechnologie aan moet voldoen verwijzen we naar paragraaf 3.4 van ons inkoopbeleid over innovatie en e-health. Voor tot invulling van de prestatie te kunnen komen, ontvangen we dus allereerst graag een businesscase. De businesscase mailt u naar contractbeheer@eno.nl o.v.v. uw AGB-code en ‘Aanvraag prestatie Thuiszorgtechnologie’.

In het zorginkoopbeleid heeft Eno de volgende passage opgenomen; 'Naast de uitkomstcriteria, – die dus,- (indien beschikbaar),- nog alleen als spiegelinformatie beschikbaar komen – toetst Eno net als in voorgaande jaren zorgaanbieders ook op doelmatigheid. Die doelmatigheid drukken wij uit in een gemiddeld aantal uren zorg per declarerende verzekerde per jaar. Daarnaast kijken wij in het kader van doelmatigheid ook naar de gemiddelde kosten per unieke, consumerende verzekerde per jaar. Wij zien praktijkvariatie in de hoeveelheid zorg die wordt verleend. Dat roept de vraag op of alle zorg aansluit bij de behoefte van de verzekerde en of deze zorg ook het meest doelmatig is. Eno verkent de komende inkoopperiode samen met aanbieders de mogelijkheden om aansluiting bij patiëntbehoefte en doelmatigheid te verbeteren en waar nodig bij te sturen.'

Hierover hebben we de volgende passage opgenomen in ons inkoopbeleid: 'De afgelopen jaren is landelijk onduidelijkheid geweest over het doorvertalen van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Eno vindt het belangrijk een eenduidige uitleg te hanteren over het doorvertalen van de OVA. Wij hebben daarvoor de volgende uitgangspunten opgesteld:

  • De basis voor het tarief 2021 is het met de zorgaanbieder overeengekomen tarief 2020, exclusief eventuele eenmalige, specifieke of resultaatafhankelijke tariefophogingen, vermeerderd met loon- en prijsontwikkeling waarin de OVA volledig is meegenomen, met daarna eventuele op- of afslagen;
  • Tarieven in contracten zijn opgebouwd uit personele kosten en materiële/overige kosten;
  • Het OVA-percentage wordt zichtbaar en volledig doorvertaald in de personeelscomponent van de af te spreken tarieven in contracten;
  • De NZa gaat uit van een verdeling 90 procent personeelskosten en 10 procent materiële/overige kosten;
  • Dat betekent dat wij het indexatiecijfer berekenen over de 90 procent van het tarief;
  • Wij hanteren het indexatiecijfer wat door de NZa wordt vastgesteld;
  • De doelmatigheid van een zorgaanbieder kan van invloed zijn op het uiteindelijk toe te passen indexatiecijfer;
  • Wanneer het definitieve indexatiecijfer over 2020 lager wordt vastgesteld dan het indexatiecijfer wat is meegenomen in het tarief 2020 kan dit van invloed zijn op het tarief voor 2021. Wij vertalen in dat geval het verschil in percentage door in het percentage van 2021.'

Uiterlijk 1 september kan een zorgaanbieder aangeven of er voor het lopende kalenderjaar een overschrijding van het omzetplafond wordt verwacht. Als er sprake is van een gebeurtenis waarbij een zorgaanbieder gedwongen is redelijkerwijs meer zorgvolume te realiseren dan waar vooraf op gerekend werd, kan een verhoging van het omzetplafond worden afgesproken. Bij de beoordeling hiervan houden wij onder andere rekening met de volgende punten:

  • Het moment van melden van de (verwachte) overproductie;
  • De productie en prognoses van eerdere jaren;
  • De verzekerden mutaties in relatie tot collectiviteiten;
  • De consequenties voor de zorgverlening aan onze verzekerden;
  • De situatie in de regio (zijn er zorgaanbieders met onderproductie).

Als het omzetplafond wordt overschreven, blijft altijd de verplichting voor de zorgaanbieder bestaan om de zorg aan verzekerden die op dat moment al in zorg zijn te blijven leveren. Voor nieuwe verzekerden geldt dat de zorgaanbieder de zorg elders in de regio organiseert, zo nodig in samenspraak met de zorgbemiddelaars van Eno. Wij beschouwen elke aanvraag als maatwerk. Ons streven is om het proces zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen. Als de aanvraag volledig is en voldoet aan bovenstaande criteria streven wij ernaar om aan de aanvraag binnen vier weken af te handelen.