• Home
  • Premie-opbouw

Basiszorg voor iedereen toegankelijk

De rijksoverheid stelt vast wat er in het basispakket zit. Dit pakket is dus voor iedereen hetzelfde. Maar niet iedereen heeft dezelfde zorg nodig. De rijksoverheid compenseert de zorgverzekeraars voor verschillen in de zorgbehoefte en mede daardoor zijn de zorgverzekeraars verplicht voor iedere variant van de basisverzekering dezelfde basispremie te vragen aan de verzekerden. Hierdoor betaalt iemand die weinig zorg nodig heeft, mee aan degene die veel zorg nodig heeft. Ondanks dat de rijksoverheid beslist wat er in het basispakket zit en een verrekening uitvoert voor verschillen in zorgbehoefte, varieert de premie van de basisverzekering per verzekeraar.

Hoe is onze premie opgebouwd?

De premie van zorgverzekeraars en dus ook van Eno* bestaat uit twee delen; de rekenpremie die de overheid vaststelt en de opslagpremie, die Eno toevoegt. Wij lichten u graag toe wat de rekenpremie en de opslagpremie inhouden. Zo krijgt u een goed beeld van hoe onze premie voor 2017 is opgebouwd. 

*gebaseerd op de gemiddelde premie van Salland Zorgverzekeringen, het grootste label van Eno

 

 

Toelichting overzicht premieopbouw

 

Rekenpremie

 

Dit is de premie die de overheid berekent op basis van de te verwachten zorgkosten voor de basisverzekering voor het nieuwe jaar. Op Prinsjesdag heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de rekenpremie voor 2017 vastgesteld op €1.326,- voor het jaar 2017. Dit is een verhoging van €38 ten opzichte van 2016. De rekenpremie is een vast bedrag per verzekerde waarmee het budget van de zorgverzekeraar verlaagd wordt en waarvan verwacht wordt dat de verzekeraar dit incasseert bij de verzekerde. Dit bedrag is voor elke verzekerde hetzelfde. Voor het bepalen van de uiteindelijke zorgpremie start Eno met de rekenpremie.

 

Opslagpremie

 

Zorgverzekeraars maken kosten voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet. Dit zijn kosten voor automatisering, personeel en huisvesting.

Om de uitgaven voor zorg te kunnen betalen ontvangen zorgverzekeraars onder andere een vereveningsbijdrage uit het zorgverzekeringsfonds (ZVF). Elke verzekeraar ontvangt zo’n bijdrage om de zorguitgaven te kunnen betalen. Dit bedrag houdt rekening met de risicokenmerken van de verschillende groepen verzekerden. Zo krijgt een zorgverzekeraar minder geld voor gezonde verzekerden en wordt een zorgverzekeraar gecompenseerd als hij veel chronisch zieken als verzekerden heeft.  Dit kan een positief of negatief effect hebben op de premie van Eno. Het verschil tussen de vereveningsbijdrage en de verwachte zorgkosten is het vereveningsresultaat.

Zorgverzekeraars kunnen een deel van hun beleggingsopbrengsten inzetten voor een betaalbare premie. Eno voert een behoudend beleggingsbeleid. Desondanks zet Eno een deel van haar opbrengsten in voor het betaalbaar houden van de premie. Door de huidige marktomstandigheden zijn de verwachte beleggingsopbrengsten beperkt.

Eno moet reserves opbouwen om zeker te stellen dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt minimumeisen aan deze reserves. Vanaf 2016 zijn de minimumeisen omhoog gegaan bij de invoering van Solvency II. Eno kiest ervoor om een verantwoord deel van de reserves die in het verleden zijn opgebouwd, in te zetten voor een betaalbare premie.

Eno doet in 2017 geen toevoeging aan haar reserves. Gelet op de huidige solvabiliteit is er ook geen opslag betreffende solvabiliteit noodzakelijk.

Dit betreft het deel van de premie (opslag) dat gebruikt wordt voor winstuitkering. Eno is een coöperatie en keert daarom nooit winst uit. Wij rekenen hiervoor daarom geen opslag. Als achteraf blijkt dat Eno de premie te hoog heeft vastgesteld, dan zal dit in de komende jaren in mindering worden gebracht op de premies.

Verzekerden kunnen korting krijgen op hun premie via een collectiviteit (bijvoorbeeld via een werkgever). Om die korting te kunnen betalen rekent Eno een opslag op de premie. Andere voorbeelden van bedragen die meegenomen worden onder ‘overig’ zijn reserveringen voor oninbare premies en financiering van de korting op het vrijwillig eigen risico.